10 juli 2018

‘BENG: goed voorstel, maar we zijn er nog niet’

Nederland is in energietransitie. Het ministerie heeft de eerste contouren neergezet van de nieuwe werkelijkheid. Zo is de Wet Voortgang Energietransitie (VET) vanaf 1 juli 2018 ingegaan. Daarin staat dat nieuwbouwwoningen vanaf 1 juli jl. niet meer op het gasnet hoeven worden aangesloten. De volgende stap is BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw. Er is al veel gezegd en geschreven over deze nieuwe normering. Als koploper op het gebied van duurzaamheid, zijn we blij met het afschaffen van aardgas in nieuwbouw. Maar de voorlopige BENG-norm, die op 1 januari 2020 van kracht wordt, daar vinden we wat van. Hugo Geerlings, manager ontwikkeling, legt uit waar het schuurt.

Wat is er mis met de huidige BENG-normen?

Hugo Geerlings: “De BENG-norm bestaat uit drie onderdelen (zie afbeelding). Deze bepalen samen hoe duurzaam een huis is. Om aan de wetgeving te voldoen, moet een huis straks op alle drie de onderdelen voldoen. De eerste norm, de maximale energiebehoefte van het gebouw, is echter lastig toe te passen of – bij sommige woningtypen – zelfs onhaalbaar. BENG 1 kijkt alleen naar de vierkante meters gebruiksoppervlakte van een woning. Dat is een probleem. Om aan de warmtevraag (energiebehoefte) te voldoen moet je een woning met relatief veel buitengeveloppervlak (bijvoorbeeld een vrijstaande of een patiowoning) veel zwaarder isoleren dan een woning met minder buitengeveloppervlak (bijvoorbeeld een tussenwoning). Is dat erg? Nee op zich niet, maar producenten en leveranciers zijn nog niet klaar voor dit soort hoogwaardige isolatie. En dat is wel een probleem, als deze norm in 2020 in moet gaan.
De voorlopige BENG-1-norm zegt ook niets over de werkelijke energiebehoefte. Een woningtype voor twee personen heeft minder energie nodig dan een woningtype voor een groot gezin. Vooral de benodigde hoeveelheid warm tapwater is sterk afhankelijk van de gezinssamenstelling. In de voorlopige BENG-norm is dit niet meegenomen.
Ook de derde norm is in sommige gevallen problematisch. Voor gestapelde bouw boven de vijf lagen is dit financieel vrijwel onhaalbaar, omdat er onvoldoende dakoppervlak is om de benodigde zonnepanelen kwijt te kunnen. Oplossingen hiervoor zijn relatief duur.”

Hoe bereikt deze kritiek het ministerie?

“De uitwerking van de BENG-normen is nog volop in de maak en onze brancheorganisatie NVB adviseert het ministerie daarbij. Hendriks Coppelmans is een van de bouwpartijen waar de NVB haar licht opsteekt. Als koploper duurzame woningbouw worden wij gezien als een hele waardevolle deelnemer. We hebben immers al ruim 110 NOM en gasloze woningen gerealiseerd en hebben er nog eens 200 in ontwikkeling. In de strategische overlegsessies delen alle overlegpartners hun kennis en visie en de NVB vertaalt deze naar adviezen aan het ministerie. Zo kunnen we als bouwbranche reageren op de eisen die het ministerie ontwikkelt en kunnen de BENG-normen verbeterd worden.”

Hoe kan het ministerie de norm verbeteren?

“Via de overlegsessies met de NVB hebben wij daarom onder andere de volgende adviezen meegegeven aan het ministerie:

  • Met betrekking tot BENG 1: laat verschillende normen gelden voor verschillende woningtypen
  • Baseer de bepalingsmethode voor BENG 1 op de werkelijke energievraag van een woning, in plaats van op een statische benadering met vastgestelde rekenwaarden.
  • Overweeg om de normen van BENG 2 en 3 te verhogen. Daarmee kun je BENG 1 voor woningtypes met veel buitengeveloppervlak verlagen.

Door deze verbeteringen ontstaat voor de markt een grotere ontwerpvrijheid wat betreft de installaties voor een woning.”

Wat doet het ministerie met de adviezen van het NVB?

“Gelukkig horen we signalen uit Den Haag dat er aandacht is voor de hierboven geschetste problematiek. Het ministerie is druk bezig om in overleg met alle belanghebbende partijen de ruwe kantjes uit de BENG-regelgeving te halen. Er wordt dus echt naar ons geluisterd. Totdat zij eruit zijn, gaan wij gewoon door met waar we in geloven: duurzame woningen bouwen, zodat wonen voor iedereen geweldig wordt!”

Hoe anticiperen opdrachtgevers op BENG?

“BENG is nog niet definitief. De eis gaat pas in op 1 januari 2020. Minister Ollongren stelt de definitieve normen vast in de loop van 2018. Het vervelende is echter, dat veel opdrachtgevers en bestuurders de voorlopige normen al als waarheid zien. Daardoor wordt er in contracten en tenders al naar gevraagd. De voorlopige normen zijn echter onduidelijk en roepen vragen op. Als ze niet worden aangepast, halen we er niet het beoogde duurzaamheidsdoel uit, maar houden we er nog jaren last van. Kortom, BENG is een goed voorstel, maar we zijn er nog niet.”

Wat vindt Hendriks Coppelmans van BENG als norm?

“De norm is lager dan onze ambitie en wat we dagelijks al doen. Onze lat ligt bij energieneutraal of zelfs nul-op-de-meter (NOM). Dat is ook financieel voor corporaties interessanter. Achter de nieuwe BENG-normen zit namelijk geen verdienmodel, in de vorm van een energieprestatievergoeding (EPV) voor de huurders. Daardoor wordt BENG ook nog eens een dure maatregel. Kies als opdrachtgever daarom nog niet voor BENG tot de eis definitief is. En kijk daarnaast eens of je ambitie niet wat hoger kan. Dat is ook nog eens goed voor de portemonnee.”

Eerder schreven we ook al dit artikel over de gevolgen van BENG.